Deemoed of spirituele arrogantie?

Ik ben zowel in mijn dagelijks leven als in mijn werk van jongs af aan altijd bezig met het spirituele – maar desondanks ben ik wars van zweverigheid. Daarom probeer ik in mijn schrijfsels altijd zo min mogelijk gebruik te maken van spiritueel jargon en zweverig taalgebruik.

Een van de uitdrukkingen waar mijn haar altijd van overeind gaat staan, is deze: ‘’Ik mag dit doen…’’ ‘’Ik heb deze gave mogen ontvangen…’’ ‘’Ik mag dit doorgeven…’’

Op het eerste gezicht lijkt het woord ‘’mogen’’ uitdrukking te geven aan deemoed – en in mijn ogen een ongezond soort deemoed. Wij zijn zélf scheppers. We hoeven niet te knielen voor wat of wie dan ook. We hoeven niet met gebogen hoofdje door het leven te gaan, en fluisterend ons licht neer te zetten in de wereld. Dat is niet de bedoeling. Dat is een overblijfsel van eeuwen onderdrukking door de Kerk en andere religieuze instituten.

Behalve dat dit soort overdreven nederigheid in mijn ogen ongezond is, omdat we daarmee geen verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen kracht en licht en HOE we deze toepassen in de wereld, zit er nog een ander kantje aan. Een wat duisterder kant.

Het is het onbewuste arrogante toontje van iemand die zich verschuilt achter een zg. Hogere macht en meelift op diens naam: “Kijk eens wat ik mag doen van Aartsengel Michael.” ‘’Kijk mij bijzonder zijn als spreekbuis van een hogere macht.’’

Zo ontmenselijken we onszelf en zetten onszelf als werktuigen zonder eigen wil – maar die onuitgesproken wél bewondering willen oogsten van diegenen, die niet zo bijzonder zijn dat ze zijn uitgekozen.

We maken ons zo op een verwrongen manier tot idolen. Op die manier zetten we ons toch weer neer als de ouderwetse priester(es), die in naam van een hogere macht geen rekenschap aflegt voor zijn of haar daden – en als een mindere godheid met deemoed en al op een voetstuk gezet wil worden. Wie zijn licht laag neerzet, werpt een grote schaduw.

Achter schijnbare overdreven deemoed schuilt vaak verborgen arrogantie. Paradoxaal genoeg zijn we pas echt groots, als we nuchter onze eigen grootsheid EN kwetsbaarheid omarmen. We zijn pas echt spiritueel bezig als we ons eigen licht neerzetten, en verantwoordelijkheid nemen voor onze eigen kracht. Daar is moed voor nodig.

De tijd van arrogantie en deemoed is voorbij – het is tijd dat we zo groot zijn als we zijn. We hoeven niet meer achter priesters aan te lopen of goden te aanbidden. We zijn zelf scheppers. We zijn deel van dat grootse Licht, en allemaal even bijzonder. Daar hoeven we niet om te smeken… daar hebben we gewoon recht op.

© drs. Wendy Gillissen, 2019
Het is niet toegestaan (delen van) het artikel over te nemen zonder toestemming van de auteur. Delen via de social media knoppen natuurlijk wel, graag zelfs! Fijn dat je mijn copyright respecteert.

2 thoughts on “Deemoed of spirituele arrogantie?

  1. Wat goed…..! ♥tis weer lekker geschreven en leesbaar voor iedereen. ♥♥♥

    Van: The Company of Spirits Verzonden: woensdag 31 juli 2019 19:39 Aan: a.marijs@kpnplanet.nl Onderwerp: [New post] Deemoed of spirituele arrogantie?

    Wendy Gillissen posted: “Ik ben zowel in mijn dagelijks leven als in mijn werk van jongs af aan altijd bezig met het spirituele – maar desondanks ben ik wars van zweverigheid. Daarom probeer ik in mijn schrijfsels altijd zo min mogelijk gebruik te maken van spiritueel jargon en z”

Leave a Reply to Wendy Gillissen Cancel reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s